Afslanken met beweging? Minimaal 300 minuten per week nodig

Verschillende beweeggroepen

Het onderzoek betrof een kleine gerandomiseerde studie onder 44 inactieve Amerikanen van 18-40 jaar met een BMI tussen 25 en 35. Er waren 3 groepen: 1 groep ging 6 keer per week 40 tot 60 minuten per keer bewegen, een andere groep ging 2 keer per week 90-120 minuten per keer bewegen en de 3e groep bleef inactief. Geen van de groepen volgde een dieet. Deelnemers in de beweeggroepen bewogen individueel en mochten zelf het soort beweging kiezen, zolang de hartslag er maar van toenam. Met een beweegtracker werd gecontroleerd hoe vaak en hoe lang de deelnemers uit de eerste 2 groepen bewogen. Deelnemers uit groep 1 bewogen gemiddeld 320 minuten per week en deelnemers uit groep 2 bijna 190 minuten per week.

Verlies van lichaamsvet

Na 12 weken bleek het gewichtsverlies in beide beweeggroepen relatief bescheiden: bij groep 1 gaf de weegschaal gemiddeld slechts 1 kg minder aan en bij groep 2 0,8 kg. Maar: de controlegroep was in dezelfde periode gemiddeld 0,4 kg aangekomen. Vooral interessant waren de verschillen in hoeveelheid lichaamsvet: bij groep 1 was dit afgenomen met 1,8 kg, vergeleken met slechts 0,6 kg bij de 2e groep. Bij de controlegroep was juist sprake van een toename van de hoeveelheid lichaamsvet van 1 kg.

Compensatie voor beweging

Niet alle extra calorieën door beweging hebben geleid tot gewichtsverlies. Met de minimaal 300 minuten beweging verbruikten de deelnemers in groep 1 gemiddeld ruim 2.700 kcal per week. Groep 2 verbruikte gemiddeld bijna 1.500 kcal per week extra. De onderzoekers hebben uitgerekend dat ongeveer de helft van de verbruikte calorieën er weer bij zijn gegeten door de deelnemers. Dit is in lijn met eerder onderzoek dat de compensatie voor inspanning door voeding ongeveer 50 procent is, ongeacht de hoeveelheid beweging. Dus bij elke 100 kcal die je met beweging verbruikt, eet je er na afloop weer 50 kcal bij. Dat betekent dat je wel kunt afvallen met beweging, maar dat je veel moet bewegen voor het zoden aan de dijk zet.

Honger- en verzadigingshormonen

De onderzoekers hebben ook de gehaltes van hormonen gemeten. Een daling in het gehalte van het hongerhormoon ghreline ging in alle groepen gepaard met een groter verlies van vet. Dat is volgens de onderzoekers logisch, omdat er minder hongergevoelens zijn bij een lager grhelinegehalte. Bij het verzadigingshormoon leptine waren de resultaten wat minder logisch: bij een daling in het leptinegehalte zou je minder verzadiging en daardoor meer energiecompensatie verwachten, maar er was juist sprake van minder energiecompensatie. De onderzoekers opperen dat een daling van leptine mogelijk de leptinegevoeligheid in de hersenen verbetert. Hierdoor zouden lagere leptinegehaltes al voor verzadiging kunnen zorgen. Zoiets is eerder al in dieronderzoek gevonden, maar meer onderzoek is nodig om hier conclusies uit te trekken.

Bron: Medicine & Science in Sports & Exercise